Inspectie waterkeringen

Verslag Kennisdag 2015 - Ochtend

Laat u niet gek maken!’ Dit is de boodschap tijdens de twaalfde Kennisdag Inspectie Waterkeringen. Zorgplicht voor waterkeringen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid, waaraan iedereen een bijdrage levert. Die bijdrage stellen we graag centraal tijdens het programma van de kennisdag. Tijdens het ochtendprogramma vertelden de Waterschappen, Rijkswaterstaat en de toezichthouder over de uitvoering van zorgplicht. Het middagprogramma bestond uit een variëteit aan praktijkvoorbeelden uit het waterkeringbeheer. Van beheerissues tot praktische inspectietools.

Het volledige programma van de de kennisdag: Download Programma (.pdf)

Het verslag van de kennisdag: Verslag (.pdf)

Alle video's van de kennisdag op youtube: Naar Youtube Playlist



  

Theo van de Gazelle, Opening door dagvoorzitter

Volgens dagvoorzitter en plaatsvervangend DG Rijkswaterstaat Theo van de Gazelle moeten we ons vooral niet gek laten maken door het verscherpte toezicht op de zorgplicht. Dat deed hij zelf ook niet. Maar hij gaf ook aan wel een beetje geschrokken te zijn van de uitkomsten van de zorgplichtpilot die ILT in 2014 bij Rijkswaterstaat en enkele waterschappen heeft uitgevoerd. Daaruit kwam naar voren dat RWS op dit moment onvoldoende kan aantonen dat de primaire waterkeringen waar ze verantwoordelijk voor zijn, echt veilig zijn. Dit is volgens hem wel nodig, omdat ruim 9 miljoen mensen in Nederland beschermd worden door dijken. Deze burgers verwachten volgens Van de Gazelle terecht van de waterkeringbeheerders dat zij in control zijn als het gaat om veiligheid.

 

   

Jacqueline Lame (IL&T), Zorgplicht en Toezicht

Jacqueline Lamé van de Inspectie voor Leefomgeving en Transport vertelde meer over de wijze waarop ILT tegen toezicht aankijkt. Haar belangrijkste boodschap: 'Op een bepaald moment heeft een organisatie zich zodanig professioneel ontwikkeld (lees: de waterschappen en RWS red.), dat het heel logisch is dat je je gaat bezig houden met zorgplicht en systeemtoezicht.' Het toezicht moet volgens haar zijn afgestemd op de organisatie, dan wel de taak waarop toezicht wordt gehouden. Als dat niet het geval is, loop je volgens haar de kans dat het mis gaat. Het toezicht wordt te gedetailleerd, wat mogelijk leidt tot frustratie en window dressing bij de organisatie die onder toezicht staat. Of het toezicht is te vrijblijvend, waardoor de plicht niet goed wordt nageleefd. ILT is samen met de waterschappen nu op zoek naar het optimum. 'Een spannend experiment', noemde Lamé dat in haar presentatie. 'We kijken bij u op kantoor - via audits - en in het veld - reality checks - en hopen dat iedereen zo goed mogelijk met de zorgplicht uit de voeten kan.' Ze hoopte dat de waterschappen binnen vijf jaar een goed beeld hebben van de wijze waarop ze de zorgplicht willen invullen: wat vind je een verantwoord niveau en hoe wil je dat bereiken?



   

Uitvoeringskader Zorgplicht Primaire Waterkeringen RWS. Wanneer is goed, goed genoeg? Ype Heijsman (Rijkswaterstaat)

Een wake up call. Zo noemde Ype Heysman van Rijkswaterstaat de zorgplichtpilot die de ILT bij Rijkswaterstaat draaide. Daaruit kwam naar voren dat RWS vooral goed is in 'Plan' en 'Do' uitvoeren, maar niet zo goed in 'Check' en 'Act'. Het is volgens hem vooral zaak deze 'PDCA-cyclus te sluiten' om aan de zorgplicht te kunnen voldoen. Op die manier kun je laten zien dat je goed invulling geeft aan de zorgplicht. Rijkswaterstaat zoekt daarvoor naar enkele kernprestatie-indicatoren die bepalend zijn of er wordt voldaan aan de zorgplichten. De medewerkers van Rijkswaterstaat moeten bovendien een mentale omslag maken in verband met de zorgplicht, aldus Heijsman. Hij sprak in dat verband over een nieuwe mindset: 'Ook al hebben we hebben het buiten goed geregeld, we moeten voor onszelf weten en aan anderen kunnen tonen dat het werkelijk in orde is.' Rijkswaterstaat wil bij de verdere de invulling van de zorgplicht samen optrekken met de waterschappen.



    Erik Wagenaar (Waterschap Groot Salland), Zorgplicht: Eeuwenoud, maar in een nieuw jasje

Erik Wagener van Waterschap Groot Salland noemde de zorgplicht in zijn presentatie een geweldige kans voor waterschappen om te laten zien wat ze kunnen en om daar nog beter in te worden. Het gaat bij zorgplicht in zijn ogen om transparantie, verantwoordelijkheid nemen en continuïteit bieden. Ook bij het Waterschap Groot Salland valt, net als bij RWS, nog het nodige te verbeteren in het tweede deel van de PDCA-cyclus, de 'Check' en 'Act', zo bleek uit de ILT-pilot die er werd gehouden.

Wagener noemde de zorgplicht nadrukkelijk een vorm van assetmanagement, iets wat andere sprekers hem later op die dag nazeiden. Bij assetmanagement draait het om de activiteiten die een organisatie uitvoert voor het optimaal managen van de prestaties, risico's en kosten van de assets (bedrijfshulpmiddelen, i.c. waterkeringen). Dit vereist voor waterkringbeheerders dat ze beheer-, onderhouds- en verbeterwerkzaamheden in bedrijfsprocessen nadrukkelijk koppelen aan kosten voor, en te leveren prestaties van hun waterkeringen. Wagener vond dat het zogenoemde beheerdersoordeel een belangrijke rol zou moeten spelen bij de invulling van de zorgplicht, waar ook voor wordt gepleit bij het toetsen van waterkeringen. Dat lijkt een logische stap, maar roept natuurlijk direct de vraag op hoe je dat tot uitdrukking laat komen.



    Jan Swier (Prorail), Professionalisering van rail infra management

Wagener was het tijd voor een uitstapje buiten de waterwereld. Assetmanagement expert Jan Swier meer vertelde op welke manier zijn werkgever ProRail werkt aan een veilig, betrouwbaar, punctueel en duurzaam spoorwegennet. Volgens hem verschillen watererschappen en ProRail niet erg van elkaar waar het gaat om de aspecten die een rol spelen bij asset management. Het draait volgens hem in beide gevallen om een publiek belang, assets (dijken danwel spoorwegeginfra), prestaties, risico's en kosten. De uitdaging is het vinden van de optimale mix: welke prestatie tegen welke kosten, met welke risico?

Swier weet uit eigen ervaring dat er tijd nodig is om de overstap te maken van traditioneel beheer & onderhoud naar assetmanagement. Je kijkt in zo'n geval niet meer naar manuren, techniek en budgetten, maar naar kosten, risico's en prestaties. Er zijn geen regels en instructies meer, maar specificaties en contracten. Jaarlijkse begrotingen hebben plaats gemaakt voor meerjarige cashflowplannen.

Volgens Swier zijn er geen blauwdrukken voor het invoeren van assetmanagement. Wel deed hij enkele aanbevelingen. Zorg eerst dat je de basis op orde hebt, zoals een complete en actuele database van je assets, de kosten van producten en processen, je informatievoorziening en je inspectie. Investeer in managementtechnieken, zoals risico-, contract- en kennismanagement. Het allerbelangrijkste bewaarde hij tot het laatst: bij assetmanagement gaat het vooral om de omslag in oriëntatie die de eigen medewerkers moeten maken, van intern naar extern. De medewerkers moeten gaan werken vanuit het


besef dat alles draait om de eisen, wensen en verwachtingen van de buitenwereld: stakeholders, burgers en gebruikers.


    Piet Sennema (Waterschap Aa en Maas), Kennis delen = kennis vermenigvuldigen.

Piet Sennema van Waterschap Aa en Maas bracht de aanwezigen weer dichter bij huis met zijn presentatie kennis delen = kennis vermenigvuldigen. Sennema hield een vrolijk en inspirerend verhaal over de zorgplichtopgave waar de waterschappen voor staan. Volgens hem staan de waterschappen voor een lastige opgave. Die komt korgezegd neer op het bereiken van hoogwaardige veiligheid tegen lagere kosten. Vervelend? Dat is maar net hoe je ertegen aankijkt. Het doet een appèl op de inspiratie, de verbeeldingskracht, het enthousiasme en professionele trots van de waterkeringbeheerders zelf, aldus Sennema. Natuurlijk gaat het niet vanzelf, want 'leren doet zeer' en 'samenwerken kost eerst meer tijd (i.p.v. minder)' aldus Sennema.



    Niek Bosma (Wetterskip Fryslân), De muizenplaag in Friesland


Vlak voor de pauze maakten de aanwezigen met Niek Bosman van Wetterskip Fryslân een uitstapje naar het zuidelijke deel van de provincie Friesland, dat geteisterd wordt door een ware muizenplaag. Door de zachte winter en droge zomer van 2014 is de muizenpopulatie in (Zuid-)Friesland geëxplodeerd. Er zijn naar schatting 15 miljoen muizen. De knaagdiertjes graven gangen onder het grasland en vreten de graswortels aan. Het gras sterft daardoor af en het veld wordt bruin. De problemen doen zich ook voor op kaden. Want als het te nat wordt trekken de muizen naar drogere delen, aldus Bosman. Inmiddels is er al het nodige onderzoek verricht naar de mogelijke oorzaken en maatregelen. Het klimaat, de mate van beweiding en de mate van drooglegging spelen volgens Bosman een grote rol bij het ontstaan van muizenplagen. De opgedane kennis wil het waterschap graag delen met andere waterschappen die mogelijk last ondervinden. Het waterschap werkt aan een soort 'Mouse Early Warning System'.